Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Bernhard opende Burgers’ Desert in 1994 officieel door een kalkoengier uit een transportkist de hal in te laten vliegen. Om de Desert zo nauwkeurig mogelijk op de Sonora- en Mojavewoestijnen te laten lijken, reisde directeur Antoon van Hooff met de biologen Joep Wensing en Tom de Jongh naar het zuidwesten van de Verenigde Staten. Typerende rotsformaties werden zorgvuldig bekeken en uitvoerig gefotografeerd en gefilmd. Waardevolle contacten werden gelegd of verstevigd, zowel in de Amerikaanse dierentuinwereld als in de botanische sector. Vanzelfsprekend werden niet alleen de natuurlijke landschappen bezocht, maar ook diverse lokale dierenparken. De verschillende landschapskenmerken werden bovendien tot in detail bestudeerd en geanalyseerd.
Met rotsbouw waren al de nodige ervaringen opgedaan elders in het park. Een team van met name Amerikaanse specialisten kwamen de rotsen hun kenmerkende vorm en uiterlijk geven, door spuitbeton zorgvuldig te bewerken, te ‘boetseren’ en in de juiste kleuren te schilderen. Maandenlang, tijdrovend werk: maar het resultaat mag er zijn! Het woestijnlandschap in Arnhem kenmerkt zich door droge rivierbeddingen (arroyo’s), puinhellingen, canyons en de typerende rotsformaties die typisch en beeldbepalend zijn voor dit gebied. Op het moment van schrijven worden de rotsen rond het reptielenverblijf volgens deze beproefde techniek vormgegeven. Deze rotsen vormen straks een natuurlijke afscheiding tussen de bezoekers en de dieren, zodat het lijkt alsof de dieren zich vrij in het hele woestijnlandschap kunnen bewegen, op voor Burgers’ Zoo kenmerkende wijze.
Vol inspiratie en nieuwe ideeën kwam het team terug in Arnhem, waar driftig verder werd getekend en geschetst aan het masterplan voor de Desert. Er waren de nodige uitdagingen, want er zijn relatief weinig Noord-Amerikaanse diersoorten in Europese dierenparken te vinden en zeker specifiek woestijndieren betreffend. Bovendien kun je lang niet alle diersoorten die in dit gebied voorkomen samen vrij in één hal loslaten. Sommige dieren zouden op elkaar gaan jagen en andere dieren zouden als planteneters behoorlijk wat schade kunnen aanrichten. Woestijnplanten groeien daarbij maar langzaam en kunnen de druk van planteneters maar slecht aan. Dat betekende de nodige creativiteit in de vormgeving en inrichting van de Desert, waarbij tevens een behoorlijk oppervlak voor de dieren en planten beschikbaar moest komen.
Naast de fauna is zeker ook de flora uniek en typerend voor dit ecosysteem. Veel woestijnplanten beschermen zichzelf tegen vraat met behulp van stekels en scherpe doorns (denk aan diverse cactussoorten, maar ook verschillende andere plantensoorten). Ook zijn diverse planten giftig voor veel diersoorten. Succulenten weten water handig op te slaan voor tijden waarin er een grote schaarste aan water bestaat. Andere planten hebben handige foefjes ontwikkeld, zoals het laten afvallen van bladeren om het verdampingsoppervlak te verkleinen, of bijvoorbeeld überhaupt zeer kleine blaadjes te ontwikkelen in de strijd tegen waterverlies door verdamping.
Met de dakconstructie was reeds de nodige ervaring opgedaan in de Bush. Op een stalen frame rusten tientallen luchtkussens. Elk luchtkussen bestaat uit drie verschillende lagen: twee buitenlagen en een binnenlaag. Tussen elke buitenlaag en de binnenlaag wordt lucht gepompt, zodat de luchtkussens onder spanning komen te staan. Enerzijds laten ze belangrijk zonlicht door, anderzijds zijn ze stevig genoeg om tot één meter sneeuw te kunnen torsen. Planten hebben voor de groei rood en blauw licht nodig. UV-licht is nodig voor dieren om vitamine D aan te kunnen maken vanuit een voorstadium.
Het werk in de Desert vordert gestaag! En dat doen we volgens een vast stramien: de veiligheid voor…
20 februari 2026
Inmiddels zijn we druk bezig met de laatste sloopwerkzaamheden in de Desert. Burgers’ Zoo staat erom…
21 januari 2026
Op 6 november 2025 hebben we bekend gemaakt dat we gaan starten met een grootschalige verbouwing van…
12 december 2025