Veel mensen die regelmatig de Bush bezoeken, zullen ze wel kennen: de zwartkappitta’s. Een klein vogeltje dat veel op de grond te vinden is, met prachtige kleuren die nog beter te voorschijn komen als u ze ziet vliegen: groen, rood en helblauw.
Veel mensen die regelmatig de Bush bezoeken, zullen ze wel kennen: de zwartkappitta’s. Een klein vogeltje dat veel op de grond te vinden is, met prachtige kleuren die nog beter te voorschijn komen als u ze ziet vliegen: groen, rood en helblauw. Sinds 1997 zijn dit vaste bewoners van de Bush en eigenlijk zijn ze altijd succesvol gebleken. Al in 1998 begonnen ze nesten te bouwen, eieren te leggen en jongen groot te brengen en tot 2001 hadden ze ongeveer een productie van twintig jongen per jaar. In 2002 en 2003 lag dit aantal nog hoger. Daarmee werd Burgers’ Zoo een grote “leverancier” van deze soort aan andere dierentuinen in Europa. In eerste instantie was er een nauwe samenwerking met een beperkt aantal dierentuinen, langzaam werd dat uitgebreid naar een grotere groep.
Ten onder aan het eigen succes?
In 2002 kon Burgers’ Zoo voor het eerst de tweede generatie afleveren. Jongen werden geboren van ouders die ook bij ons in gevangenschap uit het ei waren gekomen. Een bijzondere gebeurtenis! Maar tegelijkertijd gingen we ons meer en meer beseffen dat het succes een duidelijk keerzijde had. In 2001 is Burgers’ Zoo alle soorten pitta’s in Europese dierentuinen gaan monitoren voor de Europese dierentuinvereniging (EAZA). Hieruit kwam het beeld dat het niet zo goed ging met de verschillende soorten en dat eigenlijk alleen de soort die wij in onze collectie hadden het goed deed.
In 2004 kwam uit een analyse dat de helft van de Europese populatie verwant was aan één stel dat nogal productief was geweest in de Bush, een wankele basis binnen de Europese populatie dus. Toen wij in 2004 ook onze twee fokvrouwtjes verloren zag het er niet goed uit. Na een intensieve samenwerking met de dierentuin “Disney’s Animal Kingdom” in Florida hebben we zeven vogels laten overvliegen vanuit Amerika. Op die manier wilden we de Europese populatie een flinke opkikker geven.
Vrouwtje “Hot Pink”
Na een lange reis kwamen de zeven dieren uiteindelijk in april 2005 binnen en werden ze meteen naar de Bush gebracht. Daar hebben ze enige tijd achter de schermen gezeten om te wennen aan hun nieuwe omgeving. De dieren hadden de reis glansrijk doorstaan en al snel gingen de dieren goed eten en hoorden we de mannen roepen. Na hun tijd achter de schermen werden de eerste dieren losgelaten in de Bush en deden de verzorgers hun uiterste best om de juiste dieren te koppelen. Dat lukte heel erg snel en met name één van de vrouwtjes stal de show. Zij viel op door haar roze gekleurde ringen en in Amerika stond zij te boek als vrouwtje “Hot Pink”. Na drie dagen had zij samen met haar mannetje een nest gebouwd en vier eieren volgden snel. Er zijn uiteindelijk ook vier jongen uitgevlogen. Sneller dan snel resultaat dus! Inmiddels hebben we alle dieren die we wilden koppelen ook daadwerkelijk gekoppeld en dat heeft geresulteerd in de volgende situatie:
- Er zijn twee fokkoppels in de Bush aanwezig, waarvan één stel helemaal onverwant is aan de Europese populatie. Beide stellen ondernemen pogingen om te fokken en de eerste resultaten zijn al geboekt.
- Er is een koppel achter de schermen geplaatst op de vogelafdeling en ook daar zijn al verschillende nesten gebouwd, voorlopig is er nog geen succes met uitgevlogen jongen, maar het eerste ei is inmiddels gelegd!
- In de mangrovehal is nu voor het eerst ook een koppel te zien. Het betreft een man uit Amerika en een jong vrouwtje dat geboren is in de Bush, een koppeltje voor de toekomst dus.
- In de fazanterie hadden we een mannetje geplaatst (uit Amerika). Hij was hele dagen aan het roepen om een vrouwtje te lokken en we hebben hem nu een jong vrouwtje gegeven uit de Bush. Dit koppeltje moet u eigenlijk zien als een soort garantie. Mocht er ergens iets misgaan en een dier onverwacht dood gaan, dan hebben we daar wat “reservedieren” zitten.
Hoe nu verder?
Hoe gaan we nu verder? De eerste stappen zijn al weer gezet om een aantal dierentuinen, die in het verleden goede resultaten hebben behaald met deze soort, te benaderen voor een nauwere samenwerking. Er zal veel tijd en moeite genomen moeten worden om successen met deze soort te blijven halen. Dat is nodig om op de lange termijn de zwartkappitta in dierentuinen te laten zien. De basis is misschien nauw, maar we zullen er alles aan doen om hier een leidende rol in te blijven spelen. Ook op het gebied van het koppelen van de juiste dieren, genetisch gezien, zal het nodige gedaan moeten worden. Hopelijk kunnen we dan nog tot in lengte van dagen genieten van deze prachtige vogelsoort.
Geschreven door: Wineke Schoo